Liedjes

Klik hier om alle kinderliedjes te downloaden.



Iene, miene, mutte
tien pond grutten
tien pond kaas
iene miene mutte is de baas!



Klap eens in je handjes, blij, blij, blij
op je boze bolletje, allebei.
Armpjes in de hoogte, armpjes in je zij
zo varen de scheepjes voorbij
zo varen de scheepjes voorbij.



Dit liedje zingen we als we gaan eten/drinken op de wijs van klap eens in je handjes;

Plantjes geef je water, visjes geef je voer,

Wij gaan lekker eten, dan worden we sterk en stoer

Wij gaan lekker eten, want eten is gezond, stop het niet in je

oren, maar stop het in je mond.



Ik stond laatst voor een poppenkraam
oh, oh, oh!
Daar zag ik mooie poppen staan
zo, zo, zo!
De poppenkoopman ging op reis
de poppen raakten van de wijs
ze deden allemaal zo
ze deden allemaal zo
ze deden allemaal zo!



In Den Haag daar woont een graaf
en zijn zoon heet Jantje.
Als je vraagt: Waar woont je pa?
dan wijst hij met zijn handje.
Met zijn vingertje en zijn duim
op zijn hoed draagt hij een pluim
aan zijn arm een mandje.
Dag, mijn lieve Jantje!



In de maneschijn, in de maneschijn
klom ik op het trapje naar het raamkozijn.
En je raadt het niet, en je raadt het niet
zo vliegt een vogel en zo zwemt een vis
zo doet een duizendpoot die schoenenpoetser is.
En dat is één, en dat is twee
en dat is dikke, dikke, dikke tante Kee.
En dat is recht, en dat is krom, en nu draaien wij het wieltje nog eens rom brom.



Jan Huygen in de ton
met een hoepeltje er om
Jan Huygen, Jan Huygen
en de ton die viel in duigen!


Klein, klein kleutertje
wat doe je in mijn hof?
Je plukt er alle bloempjes af
en maakt het veel te grof.
O, mijn lieve mamaatje
zeg het niet tegen papaatje!
ik zal zoet naar school toe gaan
en de bloemetjes laten staan.



Kom mee naar buiten allemaal
dan zoeken wij de wielewaal
en horen wij die muzikant
dan is zomer weer in 't land.
Dudeljo klinkt zijn lied
dudeljo klinkt zijn lied
dudeljo en anders niet!
Hij woont in 't dichte eikenbos
getooid met gouden vederdos
daar jodelt hij op zijn schalmei
tovert onze harten blij.
Dudeljo klinkt zijn lied
dudeljo klinkt zijn lied
dudeljo en anders niet! 



Lekker rennen in je blootje
schelpen zoeken op het strand
varen in een rubber bootje
zonnen in een warm land
en overal zit zand!

Zand op je boterham
zand in je haar
bah, wat voelt dat naar
zand in je oren
van achteren en van voren
zand, zand, zand!

Forten bouwen met je schepje
tunnels graven in het zand
j' hebt een pet op met een klepje
want je neus is roodverbrand
en overal zit zand!

Zand op je boterham
zand in je haar
bah, wat voelt dat naar
zand in je oren
van achteren en van voren
zand, zand, zand!



Achter de molen daar staat een bloem
een leliebloem, een leliebloem.
Achter de molen daar staat een bloem
een lelie- leliebloem.

En op die bloem daar zit een bij
een leliebij, een leliebij.
En op die bloem daar zit een bij
een lelie, leliebij.


Dag bloem die bloeit
dag krekels die zingen
dag haan die kraait
dag kikkers die springen
dag vogel die fluit
dag bruidegom en bruid
dag duizend-en-één lieve dingen! 


Deze vuist op deze vuist
deze vuist op deze vuist
deze vuist op deze vuist
en zo klom ik naar boven


Een treintje ging uit rijden
van Amsterdam naar Rotterdam
en achter al die raampjes
daar zaten zoveel kindertjes
en die deden zo en die deden zo
achter al die raampjes
en die deden zo en die deden zo
zie, za, zo


Er zat een klein zigeunermeisje
huilend op een steen.
Huilend, huilend helemaal alleen.
Sta op zigeunermeisje, droog je traantjes af
kies een kindje uit de kring
want anders ben je af!

variant:

Er zat een klein kaboutertje
te huilen op een steen.
Huilen, huilen helemaal alleen.
Sta op kaboutertje en droog je traantjes af
kies een kindje uit de kring
met wie je dansen mag!


Er zaten zeven kikkertjes
al in een boerensloot.
De sloot die was bevroren
de kikkertjes half dood.
Ze kwekten niet, ze kwakten niet
van honger en verdriet.
Er zaten zeven kikkertjes
al in een boerensloot.

De jongste, die een wijsneus was
zei tot zijn kameraads:
Die malle nachtegalen
wat hebben zij een praats.
Was eerst het ijs maar in de dooi
wij zongen net zo mooi!
De jongste, die een wijsneus was,
zei tot zijn kameraads.

De milde lieve lente kwam
zij kwaakten d'oude wijs.
Als zij dat zingen noemen
wens ik ze weer in't ijs!
Ik geef die kikkers allemaal
voor ene nachtegaal.
De milde lieve lente kwam
zij kwaakten d'oude wijs.


Er zat een klein zigeunermeisje
huilend op een steen.
Huilend, huilend helemaal alleen.
Sta op zigeunermeisje, droog je traantjes af
kies een kindje uit de kring
want anders ben je af!

variant:

Er zat een klein kaboutertje
te huilen op een steen.
Huilen, huilen helemaal alleen.
Sta op kaboutertje en droog je traantjes af
kies een kindje uit de kring
met wie je dansen mag!


Er zaten zeven kikkertjes
al in een boerensloot.
De sloot die was bevroren
de kikkertjes half dood.
Ze kwekten niet, ze kwakten niet
van honger en verdriet.
Er zaten zeven kikkertjes
al in een boerensloot.

De jongste, die een wijsneus was
zei tot zijn kameraads:
Die malle nachtegalen
wat hebben zij een praats.
Was eerst het ijs maar in de dooi
wij zongen net zo mooi!
De jongste, die een wijsneus was,
zei tot zijn kameraads.

De milde lieve lente kwam
zij kwaakten d'oude wijs.
Als zij dat zingen noemen
wens ik ze weer in't ijs!
Ik geef die kikkers allemaal
voor ene nachtegaal.
De milde lieve lente kwam
zij kwaakten d'oude wijs.

 


Hansje pansje kevertje
die klom eens op een hek.
Neer viel de regen
die spoelde Hansje weg.
Toen kwam de zon
en die maakte Hansje droog.
Hansje pansje kevertje
klom toen weer omhoog.

 



Helikopter, helikopter
mag ik met jou mee omhoog?
Hoog in de wolken wil ik wezen
hoog in de wolken wil ik zijn.
Helikopter, helikopter vliegen is zo fijn.



Er zat een klein zigeunermeisje
huilend op een steen.
Huilend, huilend helemaal alleen.
Sta op zigeunermeisje, droog je traantjes af
kies een kindje uit de kring
want anders ben je af!

variant:

Er zat een klein kaboutertje
te huilen op een steen.
Huilen, huilen helemaal alleen.
Sta op kaboutertje en droog je traantjes af
kies een kindje uit de kring
met wie je dansen mag!



Olifantje in het bos
Laat je mamma toch niet los
Anders raak je de weg nog kwijt
En dan heb je straks nog spijt
Olifantje in het bos
Laat je mamma toch niet los

De volgende variant hebben we ook al gehoord:
Olifantje op het strand
Geef je pappa toch een hand
Anders raak je de weg nog kwijt
En dan heb je straks nog spijt
Olifantje op het strand
Geef je pappa toch een hand
Onder hele hoge bomen
in een groot kabouterbos
staat een heel klein aardig huisje
zomaar midden op het mos.
‘k Zou er best in willen wonen,
maar ik ben toch veel te groot.
’t Is gemaakt voor de kabouters
met hun jas en mutsjes rood.

Als het ’s avonds donker wordt
is dat helemaal niet naar,
want dan zitten de kabouters
zo gezellig bij elkaar.
Ieder zit dan op een krukje
met een kaarsje in zijn hand
en dan zie je alle lichtjes
van kabouterliedjesland.


 

Op een klein stationnetje
's Morgens in de vroegte
Stonden zeven wagentjes
Netjes op een rij
En het machinistje
Draaide aan het wieletje
Hakke hakke puf puf
Weg zijn wij

 

Op een klein stationnetje
's Morgens in de vroegte
Stonden zeven wagentjes
Netjes op een rij
En de conducteurtjes
Gooiden met de deurtjes
Hakke hakke puf puf
Weg zijn wij


 Tikke takke regen
Tik tak op het dak
Tikke takke regen
Op de wegen
Plens, plens, plas plas plas
Druppeltjes op mijn regenjas

Tikke takke regen
Tik tak op het dak
Tikke takke regen
Op de wegen
Plens, plens, plas plas plas
Druppeltjes op mijn regenjas

Tikke takke regen
Tik tak op het dak
Tikke takke regen
Op de wegen
Plens, plens, plas plas plas
Druppeltjes op mijn regenjas

Tikke takke regen
Tik tak op het dak
Tikke takke regen
Op de wegen
Plens, plens, plas plas plas
Druppeltjes op mijn regenjas

Vlieg op, dikke vlieg, dikke bromvlieg
Je plaagt me en je kriebelt zo
Ik wil je niet, je wiebelt zo
Ga weg jij van mijn neus, dikke deus
Ga weg jij van mijn neus

Vlieg op, dikke vlieg, dikke bromvlieg
Je plaagt me en je kriebelt zo
Ik wil je niet, je wiebelt zo
Ga weg jij van mijn neus, dikke deus
Ga weg jij van mijn neus

Vlieg op, dikke vlieg, dikke bromvlieg
Je plaagt me en je kriebelt zo
Ik wil je niet, je wiebelt zo
Ga weg jij van mijn neus, dikke deus
Ga weg jij van mijn neus

Vlieg op, dikke vlieg, dikke bromvlieg
Je plaagt me en je kriebelt zo
Ik wil je niet, je wiebelt zo
Ga weg jij van mijn neus, dikke deus
weg jij van mijn neus.

 


 

Als je van beren leren kan
Van slimme beren leren kan
Is dat iets wat je echt proberen moet
Want hoe je profiteren kan
Daar weten beren veel meer van
En beren zijn als leraar beregoed

Dit bos is een wonder
Eet alles op
Sla ook eens een noot
Stuk op je kop
De lekkere honing van de bij
Die maakt dat dier speciaal voor mij
Ook mieren smaken deksels goed
Een mier die houd van lekker zoet
En mieren smaken naar..

Er valt een heleboel te leren van een beer
Ja van een beer

Als je bij beren leren kan
Bij slimme beren leren kan
Dan is dat in het bos een groot gemak
Ja wat een beer je leren kan
Dat zal je zeer waarderen man
Het oerwoud valt je minder op je dak

Maak zelf eens een fruitsla
Met fruit dat prikt
Iets waar ik van uitga
Zodat ik nooit schik
Ik denk dan er prikken misschien een paar
Dus ik pas op mijn fikken
En kees is klaar
En een hoge boom die krijgt een dauw
Een beer schud het eten uit zijn mouw

Er valt een heleboel te leren van Baloe
Van beer Baloe

Als je van beren leren kan
Van slimme beren leren kan
Dan sta je later zelden meer voor aap
Nee je kan nooit beweren man
Dat jou een beer niks leren kan
Een beer die zegt het echt recht voor z'n raap
Een beer die staat als leraar nooit voor aap.

 


 

Als je weg gaat dan zwaai je met je handen
Als je weg gaat dan zwaai je met je handen
Als je weg gaat dan zwaai je
Als je weg gaat dan zwaai je
Als je weg gaat dan zwaai je met je handen

 



Door de straat
Door de straat
Rijd een autobus
Van je pep pep pep
Doet die autobus
Jongens jongens kijk een even
Wat een leven maakt die bus
PPPPPEEEEEEPPPPP



Zet je masker op ja verkleed je maar.
Zet een pruik op je kop met feeën haar
Doe maar gek doe maar mal dit is een gemaskerd bal
't Is carnaval

Word een koningin of een kapitein
Doe gewoon je zin laat ons vrolijk zijn
Doe maar gek doe maar mal dit is een gemaskerd bal
't Is Carnaval

Refrein: Iedereen wil anders zijn, anders dan hij is
Een kameel in de woestijn wil ruilen met een vis
Iedereen wil anders zijn en dat kan vandaag
Want het carnaval verschijnt
Vieren wij zo graag

Trek je jurkje aan zet je feestneus op
Word een grote baviaan met een apenkop
Doe maar gek doe maar mal dit is een gemaskerdbal
't Is Carnaval

Wordt een tovenaar met een Toverstaf
Of een ooievaar of word een giraf
Doe maar gek doe maar mal dit is een gemaskerd bal
't Is Carnaval

Refrein

 s traks vallen de maskers af
En is het feest gedaan
Dan worden we weer wie we zijn
Een Das een vos een zwaan
We pinken dan een traantje weg
Maar lang treuren wij niet
Want volgend jaar rond deze tijd
Hoor je weer dit lied!

Refrein 2x




Cadeautje, cadeautje
Een speelgoedbeer, een bootje
Cadeautje, cadeautje
Wat zal het zijn?

Allemaal in een kringetje
Allemaal in een rij
De eerste die wat geven mag
De eerste dat ben jij! 


Clowntje Piet heeft verdriet
Hij vertoont zijn kunstjes niet
Zijn balon die is stuk
Tjonge, tjonge wat een ongeluk

En toen kwam de directeur van het circus
En die gaf clowntje Piet een nieuwe ballon
Toen kon clowntje Piet weer lachen…

Boem reteketet, Boem reteketet
Het clowntje kon weer lachen
Boem reteketet, Boem reteketet
Het clowntje heeft weer pret



Dag meneer de sneeuwman,
Waar kom je vandaan

Dag meneer de sneeuwman
Blijf maar staan

Hier is een bezem, een stok en een hoed
Dag meneer de sneeuwman
Het staat je goed


 

We maken een kringetje
Van jongens en van meisjes
We maken een kringetje
Van tra-la-la

Maak nu een buiging
Maak nu een buiging

Bij de hand, bij de hand
Pak je liefje bij de hand
Bij de hand, bij de hand
Pak je liefje bij de hand

 



Ik weet nog goed hoe het begon
'k Zat in een struik op het gazon
Het was een rododenderon
Ik at zoveel als ik kon
Dus werd ik ronder dan een ton
Nog dikker dan een luchtballon
Ik liet een boer en zei: ‘pardon!”
En weet je wat ik toen spon?
Een mooie nieuwe nachtjapon
In kleuren die ik zelf verzon
En ik spon ook een capuchon
Het was een coole cocon!
Zo lag ik lekker in de zon
Tot er iets wonderlijks begon
Ik at een gat in mijn cocon
En fladderde naar de horizon!
We zijn in de tuin aan het spelen, we zijn ons niet aan het vervelen
We graven een grote kuil, oh oh nu zijn m’n handen vuil
Ik heb nog niet gegeten en op de wc gezeten
Ik wil snel aan tafel gaan,
maar m'n pa zegt STOP eerst naar de kraan
en hij zegt v
oor het eten en na het plassen
gaan we handen wassen, handen wassen
Wrijf je handen tegen elkaar,
nog even wat zeep en dan ben je klaar
handen wassen, handen wassen

Ik ben heel verkouden, ik ben niet meer de oude
Er komt een grote nies (hatsjoe), oh oh nu zijn m'n handen vies
Thuis heb ik een hondje, hij rent heel graag een rondje.
En na het hondje aaien begint m'n moeder aan de kraan te draaien.
En ze zegt v
oor het eten en na het plassen gaan we handen wassen,
handen wassen wrijf je handen tegen elkaar,
nog even wat zeep en dan ben je klaar
handen wassen, handen wassen
Wassen wassen wassen wassen wassen (herhalen als achtergrondkoor)
Zet de kraan maar aan.
Heb je wat zeep op je handen gedaan ?
Wrijf je palmen, je vingers en je duimen en ertussenin
en dit is nog maar het begin
van voor naar achter, van achter naar voor,
met je nagels in je palmen ga nog even door
Spooooooooel je handen dan af, droooooooog je handen dan af
Dan zijn we klaar klaar klaar
Voor het eten en na het plassen gaan we handen wassen, handen wassen
Wrijf je handen tegen elkaar, nog even wat zeep en dan ben je
klaar handen wassen, handen wassen



Je neus begint te kriebelen te jeuken en te wiebelen
Je keel begint te prikken probeer het weg te slikken
Dan gaan je ogen tranen
Je voelt het kom er aan en ja daar komt ie dan daar komt ie dan kijk uit
Hatsjoe hatsjoe hatsjoe
Ik hoest en ik nies
Hatsjie hatsjie hatsjie!
Ik proest en ik bries
Uche uche uch
Geef m'n zakdoek vlug!
Ha ha ha ha haaaatsjoe



Schaapje, schaapje, heb je witte wol
Ja baas, ja baas, drie zakken vol
Eén voor de meester en één voor zijn vrouw
Eén voor het kindje, dat bibbert van de kou
Schaapje, schaapje, heb je witte wol
Ja baas, ja baas, drie zakken vol



Schaatsenrijden, wie doet mee
Schaatsenrijden, een en twee
Van links naar rechts en in de maat
kijk eens hoe fijn dat gaat
Kris kras, krisse de kras
Ik wou dat het altijd winter was
Kris kras, krisse de kras
Ik wou dat het altijd winter was



Smakelijk eten, smakelijk drinken
Hap-hap-hap, slok, slok, slok
Dat zal lekker smaken, dat zal lekker smaken
Eet maar op, drink maar op
Eet smakelijk allemaal


 

Grote klokken zeggen
Bim bam bim bam
Kleine klokken zeggen
Tikke, takke, tikke, takke,
En die kleine polshorloges tikketakketikketakke…

 



Vandaag zing ik een liedje
Alleen voor jou
Want ik wil je vertellen
Dat ik duizend van je houVisje, visje, zwemt in het water
Visje, visje zwemt in de kom
Visje, visje, die kan niet praten
Visje, visje, draai je eens om
Zwemmen op je buik
Zwemmen op je rug
Snel naar de overkant
En vlug weer terug


 

Met je vingertjes
Met je vingertjes
Met je handen plat op de tafel
Met je vuistjes
Met je knuistjes
Met je ellebogen,
Klap, klap, klap

 



Mickey Mouse ging vissen vangen
Bleef met z'n neus aan de hengel hangen
Mickey Mouse riep: au, au, au
En zijn neus werd rood wit blauw


 

Ze kunnen zeggen wat ze willen
Van de olifant
Die heeft de dikste billen van het hele land
En de giraf,
De allerlangste ne-e-ek
En het nijlpaard
Heeft de allergrootste bek
Klep, klep

 


Zakdoekje leggen
Niemand zeggen
Ik heb de hele nacht gewaakt
Twee paar schoenen heb ik afgemaakt
Een van stof en een van leer
Hier leg ik mijn zakdoekje neer



zeg maar dag met je handje, zeg maar dag dag dag
zeg maar dag met je handje, zeg maar dag

wat jammer nu dat je weggaat
en dat je ons nu alleen laat,

zeg maar dag met je handje, zeg maar dag dag dag
zeg maar dag met je handje, zeg maar dag

zeg maar dag met je hoofdje, zeg maar dag dag dag
zeg maar dag met je hoofdje, zeg maar dag

wat jammer nu dat je weggaat
en dat je ons nu alleen laat,

zeg maar dag met je hoofdje, zeg maar dag dag dag
zeg maar dag met je hoofdje, zeg maar dag


Lief klein konijntje had een vliegje op zijn neus
Lief klein konijntje had een vliegje op zijn neus
Lief klein konijntje had een vliegje op zijn neus
en het vloog maar heen en weer
ooooooohhhhh lief klein konijntje
ooooooohhhhh lief klein konijntje
ooooooohhhhh lief klein konijntje
had een vliegje op zijn neus



Een koetje en een kalfje
Die liepen in de wei
Toen kwam er een heel dik varkentje voorbij
Dat zei, dat zei: geef dat kalfje maar aan mij
Nee, zei de koe, boe, boe, boe
Nee, zei de koe, boe, boe, boe

1 2 3 4 5, vingers aan mijn lijf (vingers laten zien)
Aaien, aaien (aai over iemands hoofd)
Zwaaien, zwaaien (zwaai met beide handen)
Lange neus (twee handen op je neus en wiebel er mee)
Maar niet heus, ik heb er lekker tien (alle vingers laten zien)
Laat mij je voeten (of ander lichaamsdeel) eens zien


Einde kinderliedjes